Restauratieproces

retauratie3

Geproduceerd in de jaren ’60 of ’70 betekent dat alle meubelen er al een heel leven op hebben zitten. En dat is vaak te zien. Stuff & Stories verkoopt alleen vintage meubelen die in perfecte staat verkeren. Om dat te bereiken worden bijna alle producten gerestaureerd om beschadigingen en zware gebruikssporen te herstellen. Na restauratie zijn er altijd nog wel lichte gebruikssporen zichtbaar maar dat geeft het meubel zijn authenticiteit.

Restauratie werkzaamheden bestaan uit het opschuren van het eikenfineer om diep doorgedrongen waterkringen van bijvoorbeeld plantenpotten weg te werken en het fineer vervolgens te behandelen met transparante lak of lijnolie. Soms is het fineer zo beschadigd dat het vervangen wordt door een nieuwe laag eikenfineer. Van sommige meubelen hebben de lades een gekleurd front in de kleuren zwart/wit, zwart/roze of zwart/geel die vaak opnieuw geschilderd of gespoten worden. Vaak kan ook worden volstaan met het polijsten van de originele verflaag waardoor hij weer gaat glimmen zoals het meubel dat deed ten tijde van productie.

Het meubel wordt ook schoongemaakt en weer functioneel gemaakt. De constructie wordt nagekeken en hersteld, scharnieren worden eventueel vervangen, sloten gecontroleerd, verdwenen sleutels worden opnieuw gemaakt of het slot wordt vervangen zodat de deuren weer goed sluiten.  En kastladen worden schoongemaakt en openen en sluiten weer perfect zodat u met plezier uw spullen opbergt.

Daarmee schaft u zich een prachtig origineel en kwalitatief goed meubel aan dat weer een heel leven mee kan.

Het restaureren doe ik helemaal zelf in mijn atelier in Amsterdam-Noord. Ik ben ooit eens opgeleid als timmerman maar eindigde als drs. in de politieke wetenschappen. Maar vele jaren later beleef ik veel plezier en voldoening aan het in oude glorie herstellen van design vintage meubels ontworpen door grootmeesters uit het recente verleden.

Waarom juist Tsecho-Slowaaks design?

Tsjecho-Slowaaks design is vrij onbekend terwijl de vormgeving elegant, functioneel en robuust is. De reden hiervoor is gelegen in het voor Tsjechië, toen nog Tsjecho-Slowakije, succesvolle jaar 1958.

In 1958 werd in Brussel weer de eerste wereldtentoonstelling sinds de Tweede Wereldoorlog gehouden. Het Tsjecho-Slowaakse paviljoen, opgetrokken uit prefab-panelen, staal en glas, was de blikvanger en het meest bezochte paviljoen dat werd bekroond met vele prijzen. Binnen kon het publiek zich vergapen aan Tsjecho-Slowaakse interieur design en gezeten in een Thonet of Jiroutek fauteuil zich onderdompelen in ´Een dag in het leven in Tsjecho-Slowakije´ waar op een artistieke manier invulling werd gegeven aan de idealen van communisme en socialisme.

Deze succesvolle Tsjecho-Slowaakse uitbarsting van creativiteit ligt besloten in de visie van de toenmalige communistische regering.  Op het 20ste congres in 1956 van de communistische partij, toen men dus in voorbereiding was op Expo ’58, werd besloten dat het kapitalisme niet langer met geweld bestreden moest worden maar met technologische en culturele prestaties.

Zodoende gaf de regering de deelnemers, tegen de gewoonte in, veel artistieke vrijheid tijdens de voorbereiding voor ‘Brusel ‘58’. Het succes tijdens de Expo luidde een maatschappij brede periode van liberalisering en culturele ontspanning in en inspireerde Tsjechisch-Slowaakse ontwerpers gedurende het daaropvolgende decennium in het creëren van hoogstaande design voor de arbeider.

Deze energie en dynamiek brengt in 1968 Alexander Dubcek aan de macht die een liberale koers wil varen zonder Moskou voor het hoofd te stoten. Zijn liberale beleid wordt bekend als de ‘Praagse Lente’ waarin hij censuur afschaft en oppositiepartijen gelijke rechten wil geven.

Ineens is er  ruimte voor openlijke kritiek op de Sovjet-Unie die hier verre van geamuseerd is. Dubcek wordt op het matje geroepen in Moskou maar buigt niet voor de kritiek van de Russen. Hij probeert nog in het geheim andere Warschaupact leden te overtuigen van zijn nieuwe, maar voor de Sovjet-Unie ongevaarlijke beleid, maar slaagt daar niet in.

In augustus 1968 rollen de tanks van het Warschaupact Praag binnen om een bruut einde te maken aan de Praagse Lente en zetten Dubcek af.

Hoe ik juist in Tsjechië terecht kwam om vintage design meubelen in te kopen is weer een heel andere story die ik je graag vertel tijdens het aankopen van een meubel.

————————————————————-

Alle sideboards, fauteuils, tafels en lampen komen uit Tsjechië en zijn geproduceerd in de jaren `60 of `70. Ik reis zelf naar Tsjechië om de mooiste spullen te selecteren voor de verkoop in Nederland.

Bekende designers uit Tsjecho-Slowakije zijn Thonet, Jindrich Halabala, Jiri Jiroutek om er een paar te noemen. Veel van deze 20ste eeuwse designers ontwierpen voor de fameuze Interier Praha fabriek, die in Praag gevestigd was en op alle producten een productielabel plakte met allerlei gegevens zoals het jaar van productie. Deze etiketten zijn bijna in alle gevallen nog aanwezig op de meubels en vormen zo een authenticiteit waarborg.

Een van mijn favorieten is Jiri Jiroutek die een serie sideboards ontwierp die hij U-450 noemde. Karakteristiek kenmerk van deze U-450 serie is dat het eikenhoutfineer gecombineerd wordt met felle kleuren. Veel van zijn sideboards, of chest of drawers hebben gekleurde lades. De kastombouw is altijd van eikenhoutfineer waarbij de lades dan zwart/wit, zwart/roze/wit of zwart/geel/wit zijn geverfd. Dit geeft een bijzonder vrolijk effect en natuurlijk kleur aan je interieur.